Verzorging bij schaafwonden: “Colombian cream”

Schaafwonden komen bij inline-skaten veel voor en herstellen lastig. Sinds twee jaar is de manier waarop deze wonden worden verzorgd veranderd. Er wordt veelal een – niet in Nederland verkrijgbare – crème gebruikt die direct op de wond wordt aangebracht en enkele praktische en cosmetische voordelen heeft. In dit artikel bespreekt Leon Meijer deze zogenaamde Colombian Cream: http://www.ssgdondersgoed.nl/documenten/SG1.09.Meijer.pdf

© Sportgericht en Leon Meijer

Kennisdeling: NL Coach

NLcoach is een kennis- en netwerkorganisatie opgericht en bestuurd door topcoaches. Zij delen graag hun kennis en ervaringen met andere trainer-coaches.
Het doel van NLcoach is om de deskundigheid van trainer-coaches te verhogen. De nadruk ligt hierbij op sporttakoverstijgende thema’s als de basisprincipes van het coachen, teambuilding, mentale begeleiding, talentontwikkeling en trainingsleer. In de vijf kernactiviteiten – magazine NLCOACH, site www.nlcoach.nl, congressen en cursussen – staat altijd één of meer van deze thema’s centraal.

Door de opheffing van de NFWS in 2005 dreigde er een gat te vallen in de belangenbehartiging van trainers en coaches in Nederland, juist op het moment dat de professionalisering steeds meer begon aan te slaan. Zeven Nederlandse topcoaches, onder leiding van Joop Alberda, hebben daarom de handen ineen geslagen om NLcoach op te richten. De initiatiefnemers waren Joop Alberda, Cor van der Geest, Jac Orie, Henk Kraaijenhof, Roelant Oltmans, Toon Gerbrands en Jan Reker. Het is hun ambitie om hun kennis te delen met andere trainer-coaches: zowel in de topsport als in de breedtesport.

Joop Alberda is voorzitter van het bestuur van NLcoach wat verder bestaat uit Marc Delissen, Henk Kraaijenhof, Cor van der Geest, Tjerk Bogtstra en Robert Eenhoorn. De realisatie van de doelstellingen en de uitvoering van de taken ligt in handen van het bureau van NLcoach, dat onder leiding staat van directeur Bert Bouwer.

Check hier de website: http://www.nlcoach.nl/

Wielen wisselen

Tijdens het skaten slijten de wielen ongelijkmatig. Het voorste wiel slijt het hardst (jammer hè: je dacht dat je niet met de punt afzet……) en de binnenkanten van alle wielen slijten door het afzetten harder dan de buitenkant. Om een set wielen zo lang mogelijk te gebruiken moet je van tijd tot tijd de wielen wisselen. Afhankelijk van het aantal gereden kilometers, trainingsoefeningen (denk aan sleeprem!) en soort ondergrond, moet je het afslijten goed in de gaten houden en dus regelmatig de wielen wisselen.

Bij het wisselen van de wielen wissel je de wielen niet alleen van positie, maar ook van schoen (en frame). Op die manier verplaats je de afzetkant (binnen- naar buitenkant) en slijten de wielen ronder af. Doe je dit niet, dat slijten de wielen compleet scheef af, wat je op den duur gaat merken met je slag. Het is wel belangrijk om de draairichting hetzelfde te houden. Zou je de draairichting veranderen, dan ontstaat er een ander slijtagepatroon in de wielen, wat de rolweerstand vergroot. Het slijtagepatroon in de wielen loopt scheef op de rijrichting, omdat de afzet zijdelings is. Als je de wielen bij het wisselen achteruit laat lopen, komt er een nieuw patroon bij, waardoor de rolweerstand vergroot.

Bij het wisselen van de wielen moet je niet alleen van schoen veranderen, maar ook de positie binnen het frame moet je aanpassen, zodat alle wielen gemiddeld even zwaar worden belast. De voorste wielen worden vaak het zwaarst belast en slijten sneller scheef af. De achterste wielen slijten vaak iets rechter. Om die slijtage gelijk over de wielen te verdelen moet ook de positie van de wielen in het frame gewisseld worden. In het wisselschema hieronder is de nummering van wielen van voor naar achter. Het voorwiel is nummer 1 en het achterwiel nummer 4.

 

 

 

Verplaats de wielen van het linker frame naar het rechter en visa versa, maar houd de rolrichting gelijk. Op die manier slijten de wielen gelijkmatig af en blijft het slijtagepatroon gelijk. De afzetkant verplaatst doordat de binnenkant van de wielen aan het ene frame de buitenkant wordt aan het andere frame. Volgens het bovenstaande schema zitten de wielen na vier keer wisselen weer op hun originele plaats. In de onderstaande tabel staat hoe de wielen door de frames verplaatsen. Hierbij wordt uitgegaan van de originele nummering van de wielen in het linker frame. Het is handig om de wielen te merken, waardoor de kans op vergissing kleiner is.

Lees meer over wielen en onderhoud van je materiaal elders in deze Wiki: http://www.skeelerwiki.nl/onderhoud/

Periodiseren: sleutel tot continue progressie

Onder periodiseren verstaan we het plannen van trainingen in de tijd.

Is het dat dan? Nee! Er zijn meerdere wegen die naar Rome (progressie) leiden. In de trainingsleer bekende namen als Tschiene, Matwejev, Verchoschansky, Dreschler en Bompa komen langs. Lees hieronder verder:

Periodiseren – historie

Van oudsher heeft men onderkend dat aan het leveren van topprestaties een planmatig en systematisch trainingsplan ten grondslag moet liggen (Siff, 2003). Op basis van onder meer doelstelling en beginsituatie wordt het trainingsproces ingericht om het vooraf bepaalde doel — op een vooraf bepaald tijdstip – te behalen.

Planning van het trainingsproces —inclusief periodisering — is geen moderne uitvinding. Siff (Siff, 2003) geeft een uitvoerig overzicht van de geschiedenis en ontwikkeling van het periodiseringconcept. Zo werd in het oude Rome en Griekenland het belang van een goede organisatie van de fysieke training — in militaire context — al onderkend en kenden de Grieken 2000 jaargeleden al een specifieke voorbereidingsperiode voor de Olympische spelen.

De basis voor moderne periodisering werd gelegd in de Sovjet-Unie ten tijde van de Russische revolutie. Zo onderscheidde Kotov (1917) de volgende trainingsfasen in zijn boek: algemeen, voorbereidend en specifiek. En in Engeland publiceerde Dyson (1946)zijn boek “A New System of Training” waarin hij een 5-fasen periodiseringsysteem presenteerde.

Ozolin (1949) droeg bij aan het periodiseringconcept door te benadrukken dat de wedstrijdkalender en klimaatfactoren ook mee moesten worden genomen in het periodiseringsmodel. Hij benadrukte eveneens het belang van ‘actieve rust’ tijdens de overgangsperiode.

De naam die het meest geassocieerd wordt met periodisering is Matveyev. Hij droeg in belangrijke mate bij aan het moderne periodiseringconcept op basis van eigen origineel werk, als de verwerking van eerdere opvattingen. Matveyev verdeelde het trainingsjaar in verschillende fases (voorbereiding, wedstrijd en overgangsperiode), elk met onderscheiden en specifieke kenmerken en doelstellingen. Tevens wordt het verloop van omvang en intensiteit aangegeven: naarmate het seizoen vordert en de piekmomenten dichterbij komen neemt de intensiteit toe en het volume af. De specificiteit van de training volgt hetzelfde verloop als de intensiteit: dus steeds specifieker trainen naarmate de belangrijke wedstrijden dichterbij komen.

Het model van Matveyev werd van diverse kanten bekritiseerd en aangevuld, o.a. door Tschiene, Bondartchuk en Verchoshanski. En dat is niet meer dan logisch: immers, een model is van algemene aard, bedoeld als richtlijn en denkraam. Elke specifieke sport en sporter zal het moeten aanpassen aan eigen mogelijkheden en behoeften.

De Roemeen Tudor Bompa moet zeker ook genoemd worden. Bompa wordt door velen gezien als dè autoriteit op het terrein van de periodisering. Zo ontwikkelde hij specifieke periodiseringmodellen voor krachttraining. Daarin wordt een vaste volgorde van krachtsopbouw doorlopen. In de context van sportspecifieke krachttraining wordt er verondersteld dat de verworven krachteigenschappen — vooral power — ‘omgezet’ kunnen worden in de beoefening van de desbetreffende sport (Bompa, 1999). Juist op dit punt wordt Bompa bekritiseerd: aanpassing is immers altijd specifiek en de transfer van het krachthonk naar het veld blijft een probleem.

 

Waarom periodiseren?

Het alternatief voor periodiseren is alles tegelijk trainen c.q. weinig variëren. In het extreme geval leidt dit tot een niet te behappen trainingsomvang. Overtraining en trainingsmoeheid liggen op de loer. Bovendien kan de sporter niet elke dag in topvorm zijn. Een piek wordt altijd omgeven door twee dalen. Atleten observeerden ook zelf dat ze niet elke dag in topvorm konden zijn en dat vermoeidheid één van de oorzaken daarvan was. Door (noodgedwongen) even gas terug te nemen bleek men weer beter te gaan presteren (Drechsler, 1998).

Ook Matwejew — door sommigen beschouwd als de ‘vader’ van het moderne periodiseringconcept – beweerde al in de jaren zestig dat, als er onvoldoende afwisseling van trainingsbelasting plaatsvindt, de lichaamsfuncties zich niet meer tot een hoger niveau aanpassen. Prestatieverbetering zou na verloop van tijd uitblijven. Met andere woorden: everything works, but nothing works forever.’

Periodiseren betekent dat periodes van hoge intensiteit afgewisseld worden met perioden van lagere intensiteit. Hieraan kunnen ook trainingsvariabelen als volume en specificiteit toegevoegd worden, Periodisering heeft dus niet enkel te maken met het variëren van de oefenstof, maar ook het planmatig variëren van trainingsvariabelen als intensiteit, volume, specificiteit enz. Hiermee doet periodiseren recht aan het afstemmen van belasting en herstel: prestaties vereisen veel trainingsarbeid, maar zeker net zoveel aandacht voor herstel en adaptatie (Stone, 2003).

Een tweede belangrijke doelstelling van periodisering is het streven naar een topprestatie op een vooraf bepaald tijdstip.

Een derde reden om te periodiseren heeft te maken met de hiërarchische structuur van het trainingsproces: training van motorische eigenschappen als kracht en snelheid vereisen een bepaalde methodische opbouw. Om op lange termijn kracht en power te ontwikkelen is het bijvoorbeeld wenselijk het lichaam eerst te laten gewennen aan een dergelijke belasting: anatomische aanpassing.

Daarna kan eventueel een structurele basis gelegd worden middels hypertrofie training om vervolgens over te gaan op neurale trainingsvormen als maximale kracht en powertraining, inclusief reactieve en sportspecifieke vormen (Bompa, 1999).

 

Periodiseringmodellen

Het klassieke algemene periodiseringplan deelt het trainingsseizoen in in een voorbereiding, competitie en overgangsfase. In de voorbereidingsfase is de intensiteit relatief laag, het volume hoog en worden er algemene trainingsvormen gebruikt. Naarmate de competitiefase dichterbij komt neemt de intensiteit toe, het volume af en de specificiteit van de training toe. Overigens staat dit klassieke model vaak ter discussie.

Zo dacht Matwejew in perioden van maanden, mesocycli: in april moet er anders worden getraind dan in november. Kreer en Popov meenden in de jaren zeventig dat die afwisseling van trainingsbelasting het beste binnen een cyclus van twee weken kon worden ingepland.

Hoge en minder hoge trainingsbelasting, en algemene en specifieke training konden binnen een tijdsduur van twee weken aan de orde komen. We zien hier al de voorloper van de latere “golfvormige methode”.

Krachttraining volgens de blokorganisatie betekent dat de diverse onderdelen (zoals maximaalkracht, explosieve kracht, krachtuithoudingsvermogen) in een bepaalde volgorde in tijdsblokken worden getraind. Echter, de transfer van de ene fase naar de andere is een probleem. Tegen de tijd dat je bijvoorbeeld in de ‘powerfase’ terecht bent gekomen, ben je een deel van je hypertrofie weer kwijt. Bovendien moeten vele sporters gedurende het hele jaar, of een groot deel daarvan, in topvorm zijn en is er eigenlijk geen ruimte voor een algemene voorbereiding met lage intensiteit en niet-specfieke trainingsmethoden. Bij de golfvormige methode stop je alle vormen van krachttraining in een weekprogramma, of zelfs in één training. De sporter krijgt dan alle prikkels tegelijk toegediend.

Op het klassiek model bestaan overigens vele varianten: periodes kunnen korter zijn, er kan eerder specifiek getraind worden, volume en intensiteit kunnen beide tijdelijk toenemen enz. Juist de aanpassing van het algemene model aan de specifieke situatie van de sporter is een belangrijke opgave van de trainer/coach (Drechsler,1998).

Tenslotte bestaat er ook nog de zogenaamde ‘intuïtieve’ methode van trainingsplanning. Hierbij wordt trainingsplanning helemaal overboord gegooid en wordt de trainingsinhoud bepaald door hoe de sporter zich op dat moment voelt. Drechsler (1998) merkt op dat dit wellicht een zinvolle methode is voor zeer gevorderde sporters, maar voor andere sporters zeer zeker niet.

Lees hier verder over periodiseren: http://www.nlcoach.nl/kenniscentrum/fysiek/periodisering-onmisbaar-voor-systematische-trainingsopbouw/

Mentale training

Naast fysieke training erkennen steeds meer sporters het belang van mentale training. Hardy Menkehorst houdt zich bezig met de vraag hoe sporters tot een optimale prestatie kunnen komen. De sportpsycholoog is betrokken bij de schaatssport en begeleidt sporters uit verschillende schaatsdisciplines.

Fiona van Doorn van schaatsen.nl sprak met Menkehorst, lees hier haar verslag: http://schaatsen.nl/nieuws/2011-03-01-mentale-training-tijdwinst-voor-de-sporter of check hier een presentatie van Hardy Menkehorst: http://www.scimwebsite.nl/Downloads/Docs/PresentatieHardyMenkehorst.pdf

 

 

Zwabbervoet? Ook bij skeeleraars??

In januari 2011 maakte de talentvolle marathonschaatser en top inline-skater Roy Boeve bekend te stoppen met schaatsen vanwege een zwabbervoet. Deze blessure blijkt vaker voor te komen dan verwacht: uit de reacties op het bericht was op te maken dat veel schaatsers, ook op recreatief niveau, te maken krijgen met dit fenomeen. Er is geen eenduidige oorzaak, en ook geen goede behandeling. Schaatsen.nl sprak met verschillende betrokkenen over dit probleem.

Check: http://schaatsen.nl/nieuws/2011-02-16-de-zwabbervoet-veel-onduidelijkheid

© schaatsen.nl Door Saskia van Hoeven, 16-02-2011

Onduidelijk is ook of deze kwaal voorkomt bij skeeleraars of hoe ze daar mee omgaan. Wordt vervolgd als er reacties op dit artikel komen.

Is Inline-skaten gezond?

Makkelijke vraag! Het antwoord is niet zo eenvoudig, daarom hebben we enkele bronnen geraadpleegd die hier voor doorgestudeerd hebben.

Check:

  • Gezondheidsplein

http://www.gezondheidsplein.nl/topic/126/Inline-skaten.html

  • VGZ en IZA

http://www.gezondiza.nl/%7B1e9fd032-4dd2-4bf4-9fe7-b56b99741b23%7D

  • Skating Family Tienen

http://skeeler.vanrhee.be/reden10.html

  • GGD

http://www.fryzo.nl/cgi-bin/fryzo/board/ggd/ggd.cgi?read=1047

  • Medicinfo

http://www.medicinfo.nl/%7Bf53e3059-d139-4815-8abb-31de26d9e0af%7D/%7B440c1a49-0bf1-4322-b95d-d44e066c046c%7D

  • Gezondheidsnet

http://gezondheid.nl.msn.com/msn/channel?artikel_id=1015

  • TNO

http://www.tno.nl/downloads/KvL-PZ-Factsheet-BIS-skaten-april-2009.pdf

Wij denken dat inline-skaten (mits verantwoord uitgeoefend) heel gezond is en bovenal leuk!