“Hoe meer ik train, hoe beter ik word” (of niet?)

Artikel van Sportgek® (september 2012)

Er wordt in Nederland hard getraind voor halve en hele marathons en andere duurlopen. Op dit moment zijn ook vele schaatsers al weer geruime tijd vol in training voor het nieuwe seizoen. En voor de wielrenners en inline-skaters loopt het seizoen al weer (of eindelijk) naar het einde. Niet zelden zien sportpsychologen in hun praktijk sporters, met kenmerken van overtraindheid. Zij worden doorgestuurd door hun sportarts met het advies om uit te vinden wat de overtraindheid veroorzaakt heeft, te leren over de mentale component van de overbelasting en hoe verstandig en gezond weer terug te keren in de sport.

Wanneer heb je nou meer risico op overtraindheid? We zetten 5 factoren voor je op een rij:

–          Geen herstel/rust opnemen in het trainingsprogramma, een tekort aan rustdagen. Regelmatig zien we sporters die met verschillende groepen meetrainen, waardoor de trainingsload niet op elkaar is afgestemd en door trainingen en wedstrijden er geen enkele dag in de week meer is zonder sport.

–          Een plotselinge verhoging van de trainingsomvang en zwaarte. Bijvoorbeeld een jonge atleet die in een selectie gaat trainen en van 4 naar 7 trainingen per week is gegaan.

–          Gebrek aan flexibiliteit en individuele aanpassingen in het trainingsschema. Met name bij verkoudheidjes, griepjes of lichte blessures wordt vaak onverminderd hard doorgetraind. Al zou dit lichamelijk nog best wel kunnen, sporters maken zich daar vaak zorgen over. En die zorgen kosten energie. Twijfels over of het wel goed is wat je aan het doen bent, met name aan de overtraindheids-kant, werken extra sterk door.

–          Bang zijn om te weinig te doen. Vooral als de resultaten wat achter blijven denken sporters: ‘ik moet harder trainen, hoe meer ik train, hoe beter ik word’.

–          Perfectionistische inslag. Alle trainingen in het schema moeten precies zo gevolgd worden zoals ze erin staat. Hoe je je ook voelt. Alles moet kloppen. Star vasthouden aan rituelen, waardoor als dingen een keer iets anders lopen er geen flexibiliteit is en stress ontstaat.

Gebruik deze risicofactoren om na te gaan hoe het er bij jou voor staat. Hard trainen en de grenzen van je kunnen opzoeken hoort bij prestatiesport. Soms moet je echter toch tijdelijk wat gas terugnemen. Uiteindelijk is het belangrijker dat je gezond en gemotiveerd goed kan presteren, dan dat je jezelf nodeloos veel mentale en fysieke problemen op de hals haalt .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *