Categoriearchief: Gevorderden

Indoor training op inline-skates 2013

Om een vliegende start te kunnen maken richting het inline-skate seizoen zijn we gestart met het onderzoeken van de indoor trainingsmogelijkheden in de gemeente Gouda. Daarvoor zijn we in contact getreden met de verschillende instanties, zoals beheerders van sporthallen, fabrikanten van sportvloeren, verenigingen en de KNSB

Los van de beschikbaarheid van de accommodatie is voor een beheerder de voornaamste vraag of inline-skaten schade kan veroorzaken aan de vloer. Het was dus zaak om op basis van een inventarisatie door het land informatie te verzamelen over of er sprake van een verhoogd risico is met inline-skaten op een vloer van een sporthal. De verschillende andere beheerders en verenigingen meldden geen schade tijdens ons “rondje langs de velden”. Sterker nog: een geïnterviewde sporthalbeheerder meldt dat zaalvoetbal (zwarte strepen), volleybal (gat in de vloer a.g.v. het laten vallen van een paal) en schoolactiviteiten eerder schade veroorzaken. Er zijn geen schades bekend ten gevolge van het verantwoord rijden met (schone) skates op een sporthalvloer.

De eveneens geraadpleegde KNSB beschikt nog niet over informatie over indoor training op inlineskates maar verwees ons wel door naar het Instituut voor Sport Accommodaties. De contactperoon aldaar sprak op persoonlijke titel want het was het soort vragen die normaal niet gesteld werden (…..) maar in de 25 jaar inspectie-ervaring was hij nog nooit een verhoogd risico tegen gekomen als het om inline-skaten gaat. De vraag voor hem was meer welk type vloer rijders prettig vonden om op te rijden.

Fabrikant Descol geeft desgevraagd uitgebreide informatie. Op de vraag welke vloer deze fabrikant zou neerleggen als ze het verzoek kregen een inline-skate baan aan te leggen kwam als antwoord: Elite Performance 65XLS. Zij konden ook vertellen dat een dergelijke vloer ook in onze gemeente lag. Uitgevoerd op een houten ondervloer met daarop 4mm rubber en 2mm PU.

Een aantal verenigingen heeft ervaring met indoor training. Deze verenigingen hebben geen ervaring met schade. De rijders rijden gewoon op hun buiten-skates. Alles moet zand-, modder- en vetvrij zijn. Als er zand aan de wielen zit, hebben de rijders daar zelf last van want dan gaan ze glijden. Verder kijken de rijders zelf welke wielen (road, piste, regen) het best bevallen.

De eerste test van de vloer in Sporthal De Zebra in Gouda verliep erg goed, binnen géén tijd hadden de rijders zich aangepast aan de andere omstandigheden. Het vervolg is een vijftal trainingen, ter voorbereiding op het nieuwe seizoen. 2013 Is een testjaar betreffende de indoor trainingen. Na evaluatie met rijders en trainers wordt beoordeeld of het indoor trainen, op deze locatie, in 2014 een vervolg gaat krijgen. De vooruitzichten hiervoor zijn positief.

Bekijk hier een filmpje van de eerste training.

Inline-skate Commissie SC Gouda

Maart 2013

“Hoe meer ik train, hoe beter ik word” (of niet?)

Artikel van Sportgek® (september 2012)

Er wordt in Nederland hard getraind voor halve en hele marathons en andere duurlopen. Op dit moment zijn ook vele schaatsers al weer geruime tijd vol in training voor het nieuwe seizoen. En voor de wielrenners en inline-skaters loopt het seizoen al weer (of eindelijk) naar het einde. Niet zelden zien sportpsychologen in hun praktijk sporters, met kenmerken van overtraindheid. Zij worden doorgestuurd door hun sportarts met het advies om uit te vinden wat de overtraindheid veroorzaakt heeft, te leren over de mentale component van de overbelasting en hoe verstandig en gezond weer terug te keren in de sport.

Wanneer heb je nou meer risico op overtraindheid? We zetten 5 factoren voor je op een rij:

–          Geen herstel/rust opnemen in het trainingsprogramma, een tekort aan rustdagen. Regelmatig zien we sporters die met verschillende groepen meetrainen, waardoor de trainingsload niet op elkaar is afgestemd en door trainingen en wedstrijden er geen enkele dag in de week meer is zonder sport.

–          Een plotselinge verhoging van de trainingsomvang en zwaarte. Bijvoorbeeld een jonge atleet die in een selectie gaat trainen en van 4 naar 7 trainingen per week is gegaan.

–          Gebrek aan flexibiliteit en individuele aanpassingen in het trainingsschema. Met name bij verkoudheidjes, griepjes of lichte blessures wordt vaak onverminderd hard doorgetraind. Al zou dit lichamelijk nog best wel kunnen, sporters maken zich daar vaak zorgen over. En die zorgen kosten energie. Twijfels over of het wel goed is wat je aan het doen bent, met name aan de overtraindheids-kant, werken extra sterk door.

–          Bang zijn om te weinig te doen. Vooral als de resultaten wat achter blijven denken sporters: ‘ik moet harder trainen, hoe meer ik train, hoe beter ik word’.

–          Perfectionistische inslag. Alle trainingen in het schema moeten precies zo gevolgd worden zoals ze erin staat. Hoe je je ook voelt. Alles moet kloppen. Star vasthouden aan rituelen, waardoor als dingen een keer iets anders lopen er geen flexibiliteit is en stress ontstaat.

Gebruik deze risicofactoren om na te gaan hoe het er bij jou voor staat. Hard trainen en de grenzen van je kunnen opzoeken hoort bij prestatiesport. Soms moet je echter toch tijdelijk wat gas terugnemen. Uiteindelijk is het belangrijker dat je gezond en gemotiveerd goed kan presteren, dan dat je jezelf nodeloos veel mentale en fysieke problemen op de hals haalt .

Bochtentechniek: verschil schaatsen en inline-skaten

Hoe gaat een schaatser door de bocht en hoe komt een inline-skater door diezelfde (?) bocht? Open vraag: de Wiki heeft één plaatje dat wellicht alles zegt, maar we zijn benieuwd naar jullie deskundige mening of uitleg. Laat het ons weten via info@skeelerwiki.nl

Klik op de afbeelding hieronder om ‘m te vergroten.

 

Conditietest voor inline-skaters

Er is een groot aantal methoden om je bepalen hoe je er conditioneel voor staat. Eén van die methoden is de zgn. Zoladz-test. Hieronder lees je hoe die er uit ziet. Zou je ‘m ook op skeelers kunnen doen?

Zoladz test

De oorsprong van de Zoladz-test ligt in het begin van de jaren tachtig. Arend Karenbeld, destijds trainer van onder andere Nederlands recordhouder op de marathon Gerard Nijboer, besloot zich volledig te verdiepen in het langeafstandlopen. Na het doornemen van de nodige literatuur deelde Karenbeld de trainingsschema’s voortaan in in zones, waarbij hij steeds uitging van een percentage van de maximale hartslag. De Poolse bewegingswetenschapper Zoladz hoorde Karenbeld hierover spreken tijdens een congres en daarop besloot de Pool dit idee verder uit te werken. Hij maakte ook gebruik van de zones en stappen, maar veranderde de percentages in absolute getallen. Hierdoor werd de test eenvoudiger om mee te werken. Ook de blokken van zes minuten zijn een handig hulpmiddel om te zien met welke snelheid de atleet zich voortbeweegt. Loopt hij in zes minuten 1200 meter, dan is zijn snelheid twaalf kilometer per uur. Loopt hij in zes minuten 2050 meter, dan loopt hij twintig en een halve kilometer per uur. Dit systeem spaart dus een hoop rekenwerk uit. Het doel van de test is het bepalen van de afstand die een atleet kan afleggen door zo exact mogelijk te lopen op vijf verschillende hartslagen, respectievelijk vijftig, veertig, dertig, twintig en tien slagen onder de maximale hartslag.

Pas in 1998 werd de test in Nederland geïntroduceerd door bondstrainer Honoré Hoedt, die zeer enthousiast was over de methode van Zoladz. Volgens Hoedt is de test zowel een manier om de atleet te testen, als een communicatiemiddel tussen atleet en trainer, en tussen trainers onderling. De coaches die de test gebruiken, spreken dezelfde taal. Een duurloop was altijd gewoon een duurloop, ongeacht de snelheid. Door de komst van de zones kan onderscheid gemaakt worden in de verschillende tempo’s van duurlopen. In eerste instantie laaide het enthousiasme onder de atleten niet al te hoog op, maar na enkele aanpassingen in de ‘gebruiksaanwijzing’ van de test, werd deze een feit in het talentenproject. Zo staat uitgelegd dat de atleten die de test gaan doen, twee dagen van te voren geen inspannende trainingen mogen doen. Tijdens het inlopen voor de test moeten een paar snelle steigerungen gedaan worden om later de hartslag snel omhoog te krijgen.

Ook voor recreanten

Gerard Nijboer was de eerste Nederlander met een Polar hartslagmeter. Hij kreeg een exemplaar cadeau toen hij in 1983 in Finland was. Hij legt uit dat de Zoladz-test er niet alleen is voor wedstrijdatleten. ‘Ook recreanten kunnen hun voordeel doen met deze test. Het verschil tussen hun zones is misschien kleiner dan bij topatleten, maar de resultaten van de trainingen zijn wel degelijk zichtbaar,’ verklaart de oud-marathonloper. ‘De eerste keer gaat de test vaak volledig de mist in. Dat komt omdat niet iedereen zijn maximale hartslag weet. Als je echt geen idee hebt, kun je tweehonderdtwintig minus de leeftijd doen, maar die regel gaat lang niet voor iedereen op.’ Er zijn nog andere manieren om de maximale hartslag te vinden, bijvoorbeeld door een maximaaltest te doen. Wie regelmatig met een hartslagmeter traint, kan uitgaan van de hoogst geregistreerde hartslag van de afgelopen twee jaar. Een andere mogelijkheid is een maximaaltest te lopen over een afstand tussen de drie- en achthonderd meter, eventueel met als slot een heuvel van honderdvijftig tot tweehonderd meter. Een maximaaltest kan een atleet het beste aan het begin van de training doen, wanneer hij nog fit is.

Hoe gaat de stappentest nu in zijn werk? Bij een persoon met een maximale hartslag van 200 slagen per minuut ziet de test er als volgt uit:

Zone 1 150 slagen per minuut

Zone 2 160 slagen per minuut

Zone 3 170 slagen per minuut

Zone 4 180 slagen per minuut

Zone 5 190 slagen per minuut

Zo ziet het tempo er ongeveer uit in de verschillende stappen:

Zone 1 Heel rustig tempo

Zone 2 Normaal tempo

Zone 3 Vlot

Zone 4 Rond het omslagpunt

Zone 5 Pittig tempo boven het omslagpunt, richting maximaal

Een voorbeeld van een mogelijk resultaat van de test:

Zone 1 1350 meter/13,5 km per uur

Zone 2 1520 meter/15,2 km per uur

Zone 3 1670 meter/16,7 km per uur

Zone 4 1810 meter/18,1 km per uur

Zone 5 1960 meter/19,6 km per uur

In de trainingen daarna kan de atleet de zones omzetten in trainingstempo’s:

Zone 1 langzame duurloop/herstelloop

Zone 2 normale duurloop

Zone 3 pittige duurloop

Zone 4 lange tempolopen

Zone 5 korte tempolopen

Hartslagmeter, stopwatch en atletiekbaan

Voor de test is in principe niet meer nodig dan een hartslagmeter, een stopwatch en een atletiekbaan of een goed gemeten stuk weg, en een pen en papier. Voor elke stap gaat de atleet zes minuten lopen, te beginnen met zone één. De volledige zes minuten moet de hartslag bijvoorbeeld op honderdvijftig slagen per minuut blijven, hoe langzaam de loper dit ook vindt. Na zes minuten stopt de loper en kijkt hij hoeveel afstand hij heeft afgelegd. Er volgen twee minuten rust, waarin de loper rustig rondwandelt. Dan loopt hij zes minuten in zone twee en volgt dezelfde procedure. Dit gaat bij elke zone zo. In zone vier wordt het vaak moeilijker om zes minuten de juiste hartslag te houden en in zone vijf is dit vaak erg zwaar. Behalve dat de stappentest een handig houvast is om de trainingen aan op te hangen, is de test op zichzelf ook al een goede training.

Als de resultaten van de test verwerkt zijn, kun je dus precies zien in welke hartslagzone je welke training moet doen. Zone vier zit volgens Nijboer meestal rond het omslagpunt, het punt waarop de spieren beginnen te verzuren. Zone vijf doet daar nog een schepje bovenop. ‘Voor recreanten is dat heel moeilijk vol te houden, die hoeven die zone ook niet persé te gebruiken. Voor toppers is het gemakkelijk vol te houden om zes minuten in zone vijf te lopen.’ Door het lopen van duutraining en intervaltraining verspreid over de vijf gevonden hartslaggebieden nemen de loopafstanden en de gemiddelde snelheid per uur geleidelijk aan toe, evenals (uiteindelijk) het wedstrijdniveau.

Vooruitgang

Inspanningsfysioloog Gerard Rietjens is verbonden aan het talentenproject Villa MiLa. Hij maakt veel gebruik van de stappentest en test ‘zijn’ atleten regelmatig. Volgens Rietjens is het voor de beginnende loper het beste om zijn trainingsarbeid uit te voeren in zone één tot en met drie, en de gevorderde loper kan direct in alle zones trainen. ‘Het verschil tussen zone één en vijf is bij beginnende lopers maar heel klein,’ zegt de bewegingswetenschapper. ‘Een beginner loopt in de eerste zone misschien negen of tien kilometer per uur en in zone vijf gaat hij wellicht elf of twaalf kilometer per uur. Bij topsporters kan dit verschil heel groot zijn, daar zit soms wel vijf of zes kilometer per uur tussen.’ Na een trainingsperiode van bijvoorbeeld zes weken kun je de test herhalen om te zien hoe veel vooruitgang er is geboekt, en in welke zone er het meeste vooruitgang zit. Rietjens: ‘Een minder goed getrainde atleet laat vooral verbetering zien in de lagere zones, omdat dit de stappen zijn waarin hij het meest traint. Topatleten laten verbetering zien, daar waar ze de accenten van hun trainingen leggen. In tijden dat ze minder wedstrijden lopen, zit de verbetering vooral in de lagere zones, in het ‘hoogseizoen’ met name in de lagere zones.’ Volgens Rietjens lopen de meeste onervaren atleten zo veel mogelijk net onder hun omslagpunt, omdat dit het lekkerst loopt. ‘Maar het is echter belangrijk dat je alle zones traint,’ vervolgt Rietjens ‘De eerste zone, waarin je heel rustig loopt, is goed om een basis te leggen voor het uithoudingsvermogen. Ook is dit een goed tempo om te herstellen van een wedstrijd of zware training. Maar wanneer je echter alleen deze zone traint, word je uiteindelijk een dieselmotor zonder snelheid. Het is goed om een keer per week in zone vier of vijf te trainen, en als je goed getraind bent, kun je dat vaker doen.’

Clinics Double Push

We hebben het al eerder over deze veelbesproken skeelertechtniek gehad (lees: http://www.skeelerwiki.nl/double-push-voor-beginners/)  en kunnen nu deze clinics aankondigen:

Wedstrijdskeeleraars kunnen er niet meer omheen; de Double push. De Amerikaan Chad Heddrick ontwikkelde deze techniek waarbij je vaker af kunt zetten dan met de conventionele schaatsslag. Inmiddels rijden alle topskeeleraars met deze techniek. Ook jij kan de basis van deze bijzondere techniek onder de knie krijgen.
Zondag 22 augustus
en zondag 5 september verzorgen wedstrijdskeeleraars Christiaan van den Berg en Antoine de Schipper deze clinic op de skeelerbaan in Zeist (aanvang 11.00 uur). De clinic duurt anderhalf uur en kost 15 euro. Opgeven kan door een mail te sturen met je naam en de datum van de clinic naar: info@balancedfit.nl

DVD Road to speed (2008)

This DVD (2008) is dedicated to every skater who wants to go faster on the skates !

Take advantage of Arnaud Gicquel’s experience of 20 years top level skating and now as a coach. Discover the technical and tactical drills of inline skating trough many exercises.From the basic techniques to the double push to the pack technique. Be aware of Arnauds advices and avoid the classic mistakes… lets practice!

Bekijk hier de trailer: http://www.youtube.com/watch?v=0dQms9m6SVs&NR=1

Nadere informatie bij Marin Kwakernaak.

Droogtraining

Trainer Arnout Bijlard: “Het is niet zo’n hele kunst (wel veel werk) om deze droogtrainingsoefeningen op een rijtje te zetten en om er nog veel meer bij te zetten en uit te breiden met foto’s, tekeningen enz. Maar deze tekst is te zien als een ‘ingrediënten index” om uiteindelijk trainingen mee (voor) te bereiden. Iedereen weet dat in een recept ingrediënten zorgvuldig moeten worden uitgekozen en afgewogen moeten worden ingezet anders mislukt het recept. Verder is het belangrijk dat de ‘kok’ een overallplan/richting heeft als basis om vanuit te werken. Dat geldt hier ook. Enfin, die parallel kan je nog heel ver door trekken.”

Lees hier verder: Programma droogtraining inline speedskaters zomer 2010

Laat ons vooral je mening, ideeën en tips weten!

Gebitsbescherming

Naar aanleiding van diverse valpartijen bij trainingen en wedstrijden, waarbij inline-skaters wonden aan het gezicht en gebit opliepen, herhalen we een advies (http://www.gezondheidsnet.nl/gezonde-en-mooie-tanden/artikelen/207/sporten-met-een-bitje) dat we bij Schaatsclub Gouda geven als het om gebitsbescherming gaat:

Volgens een door ons geraadpleegde orthodontist zijn er voor inline-skaters rijders drie categorieën/adviezen:

1. kinderen die nog tanden wisselen: advies om een ‘standaard’ bitje in de sportzaak te kopen en regelmatig even in warm water op maat te maken (verkrijgbaar bij o.a. Perry Sport, kosten vanaf € 4,-);
2. kinderen met een beugel: idem als de kinderen die wisselen;
3. kinderen die uitgewisseld zijn en geen beugel dragen: laat een passend bitje maken bij tandarts of orthodontist: kosten ca. € 50,-. Dit is comfortabel dragen omdat het zacht materiaal is dat dus perfect past en het beschermt het beste.

Vallen hoort bij een sport als inline-skaten. Wij proberen uiteraard de risico’s te beperken door een verantwoorde trainingsopzet en controle op naleving van de veiligheidsvoorschriften (o.a. verplichte beschermers op hoofd, ellebogen, polsen en knieën, altijd een EHBO-tas en personeel aanwezig e.d.), maar er blijft altijd een klein risico. Juist omdat gezichtsbeschadigingen ingrijpend kunnen zijn, adviseren wij stellig jonge kinderen een bitje te laten dragen.

Ondersteuning bij trainingen en wedstrijden: video-analyses

Het is nieuw binnen SCG: analyseren van houding en techniek door middel van videoanalyses. Dankzij een tip van schaats- en skeelertrainer Christiaan van den Berg (http://www.balancedfit.nl/indexwie.php) zullen we ons gaan verdiepen in de software van Kinovea: vrij verkrijgbare Video Analyse Software die toegepast wordt binnen sport-activiteiten, voor het analyseren van bewegingen, acties, of wedstrijdsituaties.

De makers claimen een makkelijke menu-opbouw en goed bedienbare functies waardoor Kinovea voor iedereen die iets van video-bewerking weet, te bedienen is. De opties als clips maken, tekenen en schrijven over beelden, enkele afbeeldingen maken uit video’s, importeren vanuit verschillende filetypes (WMV, AVI, MP4, VOB), synchroniseren van twee naast elkaar lopende video-clips, het vergroten van een deel van de video-clip, het mee laten lopen van chronometers over de video en de verschillende talen (waaronder Nederlands) maken Kinovea een compleet pakket. En dat voor € 0,0.

Meer informatie is te vinden op www.kinovea.org.

We zijn zeer geïnteresseerd in gebruikerservaringen!